6. ALPHEN                                                                                                     volgende locatie

Een kapel, die geen kapel is.
In Alpen is het Oudheidkundig museum gevestigd in een voormalige kerk. Deze kerk wordt in de volksmond tot op de dag van vandaag de “kapel van Alphen” genoemd. Maar de kerk is in werkelijkheid nooit als kapel gebruikt. Het is namelijk een kerkgebouw, dat in 1820 speciaal voor de kleine protestantse gemeenschap van Alphen werd gebouwd. Die gemeenschap bestond voornamelijk uit douanepersoneel en marechaussees. Deze moesten de grens bewaken tussen Nederland en België, een gebied waar in die dagen volop gesmokkeld werd. De overheidsdienaars werden voornamelijk gerekruteerd in het noorden van het land en waren vaak protestants. De protestantse kerkgemeenschap was klein, maar de kerk is toch nog tot 1936 in gebruik geweest. Daarna heeft het gebouw nog een aantal jaren als woning gediend. Maar het tij keerde voor de kerk. Bij een opgraving van een begraafplaats uit de 7e eeuw na Chr. kwamen veel oudheidkundige objecten tevoorschijn. En daarmee ontstond een aanzienlijke collectie, die werd aangevuld met andere stukken uit de rijke cultuurgeschiedenis van Alphen. Pastoor Binck (zie onder) zorgde er uiteindelijk in 1959 voor, dat de ‘’kapel van Alphen” het Streekmuseum (nu Oudheidkundig Museum Alphen) werd, alwaar de collectie werd ondergebracht.

Pastoor Binck, hoeder van het cultureel erfgoed
In de tuin van het museum staat een standbeeld van pastoor Binck. Deze markante priester, die van 1932 tot 1963 de parochie van Alphen leidde was ook historicus en bevlogen amateur archeoloog. In 1932 werd Willem Binck tot pastoor van Alphen benoemd. Reeds twee dagen na zijn installatie in Alphen, besloot hij zich te verdiepen in de cultuurgeschiedenis van de omgeving. Zo kwam hij erachter dat er in de oude geschriften melding werd gemaakt van een pestkerkhof. Hij wist het pestkerkhof te lokaliseren en in 1936 werd het daadwerkelijk blootgelegd. De pastoor gaf de boeren en de boerenjongens instructies om goed uit te kijken en op te letten als zij de akkers omploegden. Alle scherven moesten naar de pastorie gebracht worden. Hij motiveerde aldus zijn parochianen en gaf hen les in archeologie. De pastoor was zeer verheugd, toen in 1950 een Merovingisch grafveld uit de 7e eeuw in Alphen werd ontdekt. Hij liet het grondig onderzoeken en wetenschappelijk vastleggen. Het vormde de aanleiding voor de oprichting van het huidige museum in 1959. Daar staan, naast de grote collectie, ook nog de sigarenkistjes in het depot met het opschriften in Bincks eigen handschrift.

Brabants Heem
Rond 1940 zette Binck zich ook in voor de heemgedachte; hij wilde de Brabantse cultuur bewaren. Zo stond hij aan de wieg van Brabants Heem. Door de Tweede Wereldoorlog werd de oprichting wreed verstoord en moest men de plannen enige tijd uitstellen. Maar meteen na de oorlog werd de draad weer opgepakt en in november 1947 volgde de officiële oprichting van Brabants Heem. De stichting zou uitgroeien tot een grote koepelorganisatie van heemkundekringen voor Noord-Brabant. Binck droeg in die periode de heemgedachte uit in de hele provincie: hij gaf overal lezingen om nieuwe heemkun­dekringen op te richten. Hij was zelf de eerste voorzitter van Brabants Heem van 1948 tot 1952 en daarna werd hij tot aan zijn dood be­schermheer.

Het nonnenklooster van Alphen.

Het Klooster van Alphen vindt zijn oorsprong in 1864, toen onder de bezielende leiding van zuster Maria Angela Bierwagen een nonnenklooster en een meisjesschool werden gesticht. In 1945 werden klooster en kerktoren door bombardementen zwaar beschadigd. Het klooster werd in 1956 in de huidige staat herbouwd. In 2002 kreeg het klooster na een ingrijpende restauratie een nieuwe bestemming: Grand Café – Brasserie Klooster van Alphen.


LOCATIE KUNSTENAAR ONTWERP
HOME PROJECTINFO LOCATIES KUNSTENAARS NIEUWS EDUCATIE ROUTE DOWNLOAD CONTACT